Een Didgeridoo, of kortweg Didge, is een muziekinstrument of blaasinstrument van de Aboriginals uit Australië. Didgeridoo is eigenlijk een Europese of Amerikaanse benaming. Toen de Europeanen in Australië kwamen zagen ze in het noordelijk deel Aboriginals allerlei rare geluiden maken op een holle pijp. De klank die ze hoorden leek wat op Did-zju-rrrie-doeh, Did-zju-rrrie-doeh, Did-zju-rrrie-doeh. De naam voor het instrument was dus snel gevonden: Didgeridoo. Om even moeilijk te worden: didgeridoo is een onomatopee, net als het woord “koekoek”. De vogel Koekoek heet zo, omdat hij als hij zingt een geluid maakt dat klink als "koekoek"; een didgeridoo heet didgeridoo omdat een van de ritmes klinkt als didgeridoo....
Yidaki, Jigi Jigi of Gurrumurru Gunbark zijn andere benamingen voor de didgeridoo, want er zijn wel 40 verschillende namen voor dit instrument, maar om het gemakkelijk te houden blijf ik didgeridoo gebruiken. Het instrument word traditioneel gebruikt in bijna heel de Kimberleys, naar het noorden tot Darwin, oostwaarts in heel Arnhemland, nog verder naar het oosten langs de Golf van Carpentaria, op Mornington eiland, Bourketown en Kowanyama. Maar tegenwoordig is het een symbool geworden voor alle aboriginal mensen en word het in heel Australië bespeeld. In de gebieden waar er in de traditie geen didgeridoo voorkomt word er eigenlijk een moderne stijl gespeeld. Waar het al eeuwen word gespeeld (de vroegste rotsschildering waar een didgeridoo op afgebeeld staat is ongeveer 2000 jaar oud, onderzoekers concluderen hieruit dat de didgeridoo de laatste 2000 jaar word gebruikt) zijn ook grote verschillen in speelstijl en instrumenten, zo word er in het westen van Arnhemland op de "Gunbark" gespeeld, deze heeft vaak een grote opening aan het eind en word vaak samen gespeeld met de "Ubar" een uitgeholde boom drum. De "Gunbark" speelstijl is langzamer dan de stijl in Noord Oost Arnhemland, hier word de Yidaki (het streepje staat onder de D omdat de D met een retroflexe tong word uitgesproken) samen gespeeld met de "Bilma", grote claves/klapstokjes, en komen er trompettonen in het spel voor. Er word met de stem en tong verschillende klanken geproduceerd, geluiden uit de natuur worden geïmiteerd en complexe ritmische patronen worden gespeeld in deze muziek. Door een ademhalingstechniek kan er uren een doorgaande toon worden geproduceerd. Deze techniek, circulaire ademhaling, word ook door hobo en (veel) jazz blazers gebruikt. Op het moment dat er door de neus word in geademd word er een beetje lucht uit de wangen geperst. Door deze techniek is het mogelijk (i.s.m. de geluidstrillingen) om in trance te raken. Deze trance word door de Aborigines gezien als naar de "dreamtime" gaan.
De didgeridoo is een natuurlijk instrument gemaakt van een eucalyptus boom (meestal de stam), tussen de 1 en 1,80 meter lang (met uitzonderingen tot over de 3 meter) en is uitgegeten door witte termieten. Deze termieten worden ook wel "white ants", witte mieren genoemd, hebben geen pigment en kunnen niet tegen de zon. Daarom eten ze alleen de binnenkant van de boom leeg. Aboriginal mensen weten waar, in verhouding tot de zon en aan welke kant van de heuvel, deze termieten zitten en gaan op zoek naar uitgegeten eucalyptusbomen. Aan de bast van de boom word gezien of er termieten in zitten. Om te kijken of de stam hol genoeg is word er op de eucalyptusboom geklopt, en als dit het geval is word deze omgehakt en afgezaagd. De holle boom word in een stroompje water gelegd om de natuurlijke sappen eruit te laten gaan (deze stap word tegenwoordig overgeslagen om het proces te versnellen, het is namelijk een toeristisch product geworden, hierdoor scheurt het instrument wel gemakkelijker) de boom word verder gedroogd, dan komt er menselijke werk aan te pas. Daarna eventueel nog een laagje verf erover en een mondstuk van bijenwas erop, en klaar is de didge. De verf is traditioneel fijngemalen steen, oftewel oker. De kleuren die traditioneel gebruikt worden zijn dan ook aardeachtige kleuren, zoals rood, bruingeel, zwart en wit. De bijenwas is vaak de wat zachtere donkerbruine bijenwas van de “stingless sugar bag bee”, een bij zonder angel.
Goedkopere didge's worden o.a. gemaakt van bamboe. Door de bamboe uit te hollen door de tussenschotten eruit te steken kun je vrij snel een didge maken die ook heel aardig klinkt. Sterker, waarschijnlijk waren de eerste didgeridoo's ook van bamboe.
Vanuit de traditie word er een groot onderscheid gemaakt tussen ceremoniële muziek enerzijds en feestmuziek anderzijds. De eerste is namelijk alleen voor geïnitieerden. En de tweede is openbaar. In traditionele muziek is de zanger het belangrijkst, deze zingt namelijk het verhaal, omdat er geen geschreven taal was, werd zo de wet, de tradities en de dreamtime overgebracht. Door ritmiek en melodie is de inhoud veel makkelijker te onthouden, zo is alles van waarde van generatie op generatie doorgegeven. Klapstokken geven het tempo aan en de didgeridoo de accenten voor de dansers en de dansers beelden het verhaal uit. Aan de precisie van de uitvoering word enorme waarde gehecht, zodat het verhaal niet langzamerhand veranderd. Volgens de aborigines hebben hun voorouders, dit zijn mythologische wezens, hen deze verhalen gegeven. Het lied/verhaal is een deeltje van een enorme landkaart, niet alleen een mythologische gebeurtenis word gezongen, maar het omschrijft ook het gebied waar het is gebeurd. Een lied word ook wel "songline" genoemd omdat het als het ware een reis beschrijft van een voorouder, in deze reis werd door gebeurtenissen de vormloze/slapende aarde gevormd tot wat die nu is. Na de aarde te hebben gevormd ging het voorouderlijke wezen terug in een plek, een billabong (water plaats), een rots die hij/zij gecreëerd had, dit werd een heilige plaats. De clan die bij deze plaats woont identificeert zich met dit wezen, door liederen en rituelen kan de kracht, wijsheid en aanwezigheid van dit wezen worden aangeroepen.
Er zijn ceremonies alleen voor mannen en alleen voor vrouwen. In ceremonies alleen voor mannen speelt de didgeridoo een belangrijke rol, hier is de aanwezigheid van vrouwen en niet geïnitieerde mannen strikt verboden. Maar feestmuziek is voor iedereen!
Maar moet je dan niet inademen?
’t Is natuurlijk wel gemakkelijk om af en toe in te ademen. Anders mag je blij zijn als je het spelen een halve minuut volhoudt. Om dit voor elkaar te krijgen, moet je, terwijl je in je didge blaast, door je neus inademen. Dit heet 'circulair ademhalen'. Met je mond moet je een soort doedelzak maken door je wangen bol te maken. Als je dan door je neus inademt, kun je de lucht die nog in je wangen zit in de didge blazen. Nou is dit makkelijker gezegd dan gedaan! Je kunt het eens proberen door in een wat dikker rietje in een glas met water te blazen (liever geen Cola, want dat gaat zo schuimen en geeft zo'n troep). Je kunt dan proberen om continu te blazen, terwijl je door je neus gewoon inademt (en misschien ook weer een beetje uitademt). Pas alleen op, dat je je niet verslikt.
Een andere manier om het ademen te oefenen doe je bij voorkeur in de badkamer of op een zonnige dag in de tuin. Je vult je mond flink met water (je neemt dus een slok water zonder het door te slikken). Vervolgens begin je met het water langzaam (dus door je lippen maar een heel klein beetje te openen) naar buiten te persen met je wang en je tong. Tegelijkertijd (en dat is het moeilijke) adem je in door je neus. Als dat lukt kun je het nog een keer doen, maar dan stop je als je mond nog halfvol is met inademen en blaas je de rest van het water uit je mond door weer je longen te gebruiken. Je ademt dan dus uit en spuit het water naar buiten.
Als dat lukt dan doe je hetzelfde (zonder het water) op de didge. In het begint klinkt het voor geen meter. Vaak is het nog erger dan wanneer je voor het eerst didge probeerde te spelen, maar dat is een teken dat je het idee onder de knie hebt. Je kunt immers geluid maken tijdens het inademen!! Nu nog veel oefenen om het geluid weer gewoon te krijgen en vloeiend te laten klinken.
Geluid uit een didge.
Voordat je begint met circulair ademen is het wel zo fijn om eerst gewoon geluid uit een didge te krijgen. Circulair ademen probeer je meestal pas als het gewone geluid al goed uit je didge komt, met mooie boventonen enz. Je krijgt geluid uit een didge, door met je lippen een trillend geluid te maken. Je doet een beetje als een paard dat geluid maakt (en dan niet het hinniken, maar het 'snorten' of blazen). Als je daarmee geluid uit je didge krijgt, dan moet je nog proberen om zonder bolle wangen geluid te krijgen. Als dat lukt, dan moet je proberen je lippen iets of wat aan te spannen, door het begin van een glimlach te maken. Als je je lippen te strak aanspant, dan komt er geen geluid meer uit, of krijg je een soort trompet geluid.
Als je het "mooie" geluid hebt, is het een kwestie van veel oefenen, proberen, experimenteren om het geluid altijd goed en mooi te krijgen. Je kunt ook aan D en T klanken gaan denken. Hierbij stopt het geluid heel kort, en als je het goed doet, begint de klank weer meteen.
Om andere klanksoorten te krijgen, beweeg je je tong, je kaken, gebruik je je stem enz
Eerlijk is eerlijk: een “echte” didgeridoo is niet goedkoop. Om eerst eens te proberen of het instrument iets voor jou is, kun je beter een goedkope versie maken en proberen. Krijg je het beter onder de knie, kun je gaan denken om een dure te kopen.
PVC
De makkelijkste manier om een didge te maken, is door naar de dichtstbijzijnde bouwmarkt te gaan en een PVC-regenpijp te kopen. Zo’n grijze, van 32mm of 40mm doorsnede. Zaag de didge op ongeveer 1,50 m. Vuistregel is: hoe langer de didge, hoe langer de toon (Let op: Dat is slechts een vuistregel).
Sommige mensen kunnen op die doorsnede spelen zonder er een mondstuk op te maken, maar voor de meeste mensen is de opening te groot. Met wat bijenwas kun je de opening verkleinen tot een mondstuk. Over het mondstuk zodadelijk meer.
Bamboe
Een didge van bamboe is wat bewerkelijker. Hier is wat je moet doen. De meeste tuincentra verkopen bamboe. Nou is het vervelende dat de maten die verkocht worden niet echt gunstig zijn (meestal te dun, lijkt op riet). Als je een goede maat hebt gevonden (ongeveer het zelfde als in de omschrijving van de PVC-didge), kijk er dan eens door. Je zult zien dat er “schotten” in zitten. Deze moet je eruit slaan met een stok en eventueel verder wegwerken met een rasp (rasp aan een bezemsteel gebonden). Als de didge mooi hol is en de juiste afmetingen, moet je nog een mondstuk maken en klaar.
Berenklauw
Sommige mensen maken didgeridoo’s van berenklauw. Berenklauw is een plant met holle stammen. Het werkt goed, maar let op! Berenklauw is een plant die lelijke wonden kan geven als je “gestoken” wordt. Lange mouwen en tuinhandschoenen!!
Mondstuk
Het mondstuk helpt op meerdere manieren bij het spelen. Het maakt de opening (zo nodig) kleiner, zodat het makkelijker wordt om te spelen. Aangezien mondstukken van bijenwas worden gemaakt, zorgt het voor een “luchtdichte” afsluiting tussen je lippen en de didge.
Een mondstuk maak je dus van bijenwas, dat je kunt kopen bij een reformhuis. Zorg dat je was koopt dat zo schoon mogelijk is (weinig paraffine en andere toegevoegde rommel). Vervolgens kun je een mondstuk op twee manieren maken. Maak een au-marie-bain (Pan warm water met daarin een schaaltje waarin de was wordt gesmolten) en doop de didge er steeds in. Even laten drogen en opnieuw. Zo groeit langzaam een randje was.
Een ander manier is met een föhn de was smelten/kneedbaar maken en een mondstuk boetseren.
Op het Internet is vrij veel informatie te vinden over didgeridoo’s. Hier volgen enkele nuttige sites: